Evaluatie en rapporten

 

Geleidelijkheid

In de eerste graad worden kennis en vaardigheden permanent geëvalueerd, met extra aandacht voor het verwerken van en zelfstandig omgaan met de leerstof. Dat dagwerk maakt 60 % van het puntentotaal uit. Drie beperkte examenreeksen zijn samen 40 % van het jaartotaal waard. In de tweede graad blijft dagwerk belangrijk: het maakt 60 % (bso), 50 % (tso) of 40 % (aso) uit van het jaartotaal. Elk trimester sluit af met een volwaardige examenperiode. In de derde graad behouden we de dagwerkregeling van de tweede graad. Enkel in december en juni is er een examenperiode, maar stages in sommige studierichtingen kunnen voor een verschuiving zorgen. In het bso leggen we sterk de nadruk op begeleid studeren en het inoefenen van de leerstof in de klas zelf.

Duidelijkheid

In de loop van het schooljaar zijn er zes dagwerkrapporten en drie trimesterrapporten (twee voor de derde graad). Op de dagwerkrapporten staat elke evaluatie vermeld. Tekorten markeren we met een grijze achtergrond. Als referentie geven we ook het gemiddelde.

Kansen geven

Wij streven ernaar de leerlingen zoveel mogelijk evaluatiemomenten en -vormen aan te bieden. Die worden alle weergegeven op het rapport. Het aandeel van de dagwerkpunten in het totaal stimuleert; tot in de derde graad; om regelmatig te werken. Doordat het derde trimester voor 30% van het jaartotaal meetelt, kan een eventueel tekort dan nog recht worden gezet. In de eerste graad richten we na de lesuren remediëringsuren in voor Nederlands, Frans en wiskunde. Wie afwezig was of slechte resultaten behaalde, krijgt hier de kans om weer aan te sluiten. In ons dyslexiecharter, opgesteld met advies van logopedisten, vermelden we de faciliteiten die leerlingen met dyslexie, -calculie, -orthografie of -praxie kunnen krijgen om zo goed mogelijk te functioneren. 

Zircon - This is a contributing Drupal Theme
Design by WeebPal.